De meeste archeologische opgravingen in Brielle zijn uit de IJzertijd (800 – 50 v. Chr.) en natuurlijk de romeinse tijd. In die tijd zorgden nieuwe kreken en geulen ervoor dat het landschap weer wat droger werd. Op gunstige plekken gingen boeren wonen, die landbouw bedreven en vee hielden. De boerderijen waren soms wel 25 meter lang en bestonden uit een woongedeelte en een stalgedeelte met ruimte voor twintig of meer runderen. Elke opgraving levert nieuwe kennis op over de vroegste bewoners van Voorne en Putten. Het laat zien dat ze hun leven als jagers en verzamelaars langzamerhand inruilden voor dat van boer.