Wie met klokken schiet

Wie met klokken schiet, wint de oorlog niet!

Verhaal voor kinderen in de toren verteld op het vertelfestival 2012

door Robert Jansen

We staan hier op de Luidzolder van de St Catharijnekerk. Ik ga jullie vertellen over een roof. Een roof die in 1943 plaatsvond, maar die werd gedwarsboomd door een kleine, breedgeschouderde man met een klein rood baardje en een zwaard, die op 1 april 1572 doodging. Dat was dus tijdens de inname van Den Briel. Ik ga jullie vertellen over de roof van de klokken uit de St Catharijnekerk.

Roof en plunderingen zijn van alle tijden. Deze kerk is ruim 500 jaar oud en heeft wat dat betreft dan ook al veel meegemaakt. Jullie weten dat ooit de Spanjaarden heer en meester waren in Den Briel. Het waren geen beste lieden, maar de kerk lieten ze met rust.

In die tijd was de kerk heel rijk, maar de gewone mensen waren heel arm. Veel mensen kwamen op het idee de kerken te plunderen. Alles van waarde wat ze konden dragen namen ze mee, en wat ze niet konden gebruiken, smeten ze kapot. Ook in deze kerk gebeurde dat, maar één ding … de klokken lieten ze hangen! Die hangen hierboven, hè, de klokken. We gaan ze straks bekijken.

Op 1 april 1572 kwamen de Watergeuzen naar Den Briel. Bekende mannen als Admiraal Lumey en Willem Bloys van Treslong, maar ook minder bekende mannen als Adriaan Maet, Magere Jelle en Hans Onversaecht bestormden Den Briel. Zij lieten de kerk niet met rust. ’s Avonds vlogen Magere Jelle en Hans Onversaecht naar binnen en begonnen alles wat ze tegenkwamen kort en klein te slaan. Ze hadden lang op zee gevaren en bij het binnenkomen van Den Briel waren er maar weinig Spanjaarden geweest om gevangen te nemen, dus ze hadden genoeg energie over. Een omgevallen Mariabeeld zag Hans geheel niet staan, hij struikelde en brak zijn nek. Het was met hem gedaan! Hans Onversaecht … de enige Geus die sneuvelde op 1 april 1572.

Onversaecht werd begraven in deze kerk. De Spanjaarden waren verjaagd en het werd weer rustig in Den Briel. Hans werd hier wel begraven, maar toch kon hij geen rust vinden. ’s Avonds spookte hij graag rond in de klokkentoren en gaf de Butendiic, de grootste klok, die ook bij de inname hard luidde, dan graag een lel. In het begin zaten de Briellenaren van toen van schrik recht op in bed, maar later niet meer. Het spookte in de klokkentoren … men leerde er mee leven.

Wie hebben we nog meer op bezoek gehad in den Briel? We hebben de Spanjaarden gehad, we hebben de Watergeuzen gehad. Toen kwamen de Fransen! Zij vernielden ook heel veel in deze kerk, maar ook zij lieten de klokken hangen. Hans Onversaecht, die nog steeds geen rust had, liet de Fransen hun gang gaan. Zijn favoriete klokken lieten zij namelijk hangen en dus spookte hij vrolijk verder.

En wie hebben we halverwege de vorige eeuw nog op bezoek gehad in den Briel. De Duitsers! In juli 1943 werden de klokken door de Duitsers uit de toren gehesen en tijdelijk opgeslagen in Leerdam. Het werd stil in Brielle … akelig stil. Wat gebeurde er verder met de klokken?

In september 1944, werd besloten de klokken vanuit Leerdam naar Duitsland te verschepen. De eindbestemming was Hamburg, waar twee smelterijen stonden, die de klokken zouden omsmelten tot oorlogsmaterieel. Schipper Van Dijk moest van de Duitsers de klokken vervoeren op zijn schip “Hoop op Zegen”. Natuurlijk weigerde hij dat, zo een onvaderlandse daad! De Duitsers moesten op zoek naar een schipper die hiertoe wel bereid was. Het schip van Van Dijk, “Hoop op Zegen” werd door de Duitsers in beslag genomen en Van Dijk dook onder.

In november 1944 werd op de deur gebonsd bij de familie Homma. Het bekende ‘aufmachen’ klok hard vanachter de keukendeur van de oude boerderij in Kampen. Mevrouw Homma deed open en een kleine groep van de Duitse zeemacht stapte naar binnen. De Duitsers hadden gehoord dat Marten Homma het schip zou kunnen besturen en de vrouw des huizes werd verteld dat haar man zich morgenvroeg moest melden in de haven van Kampen. Uit angst dat de Duitsers zijn familie iets zouden aandoen, meldde Marten Homma zich de volgende morgen in de haven. Het schip lag beladen met ruim 220 klokken en bijna 150 klepels. Ook een aantal andere schepen lag klaar voor vertrek. Die avond, er was geen maan dus het was werkelijk aardedonker, vertrok het konvooi richting het IJsselmeer. Er stond een harde Noordwesten wind en schipper Homma zag slechts het achterlicht van het schip voor hem.

Om er voor te zorgen dat Homma de boel niet zou saboteren, niet zou doen mislukken, werd hij vergezeld door twee Duitsers. De een stond op de uitkijk aan de voorkant en de ander was bij Homma in de stuurhut. Dat was Heinz, op zich geen kwaaie. Homma vroeg zich af hoe de Duitse sleepbootkapitein de weg zou kunnen vinden over het IJsselmeer. Zeker nu je geen hand voor ogen zag en je alleen maar kon navigeren met het kompas.

Homma vind zichzelf aan de ene kant een lafbek dat hij dit transport deed voor de Duitsers. Aan de andere kant: hoeveel keus had hij? Hij had ook nee kunnen zeggen, net als schipper Van Dijk, maar ja, die zat nu ondergedoken en was niet alleen zijn woning en zijn spullen kwijt, maar ook een schip en dus zijn inkomstenbron. Had hij dat dan moeten doen? Hij wist het werkelijk niet. Het zat ‘m in elk geval niet lekker.

De wind leek krachtiger te worden en Homma zag dat het achterlicht van zijn voorganger steeds een beetje naar stuurboord, naar rechts, week. Zou dat door de wind komen? Of zou die schipper het schip met opzet naar rechts varen? Hoe dan ook, Homma besloot mee te doen. Hij draaide het stuur licht naar stuurboord en keek of Heinz dit opmerkte. Heinz had gelukkig niets in de gaten.

Het werd stormachtig, het meer werd woest en het schip beukte hard op de golven. Er klonk een raadselachtig gerommel uit het ruim. Een paar klokken begonnen spontaan te luiden, de lading begon te schuiven. Wat gebeurde er toch met het schip dat Gods klokken vervoerde? De Duitser, die op de uitkijk stond, gleed uit en viel in het ruim. Kwam hij daar nu weer tevoorschijn? Of wat zag Homma nou? Hij zag een schim van een kleine, breedgeschouderde man en … droeg hij nou een zwaard?

Met een harde knal braken de sleeptouwen, waarmee het schip werd voortgesleept door andere schepen. Heinz, die nog binnen stond, vloekte en tierde en beval de schipper op eigen kracht door te varen. Maar het was al te laat. Het schip “Hoop op Zegen” en twee andere schepen voeren ter hoogte van Urk op een zandbank.

Later dat jaar probeerden de Duitsers het schip met daarin alle klokken en klepels te bergen, maar dit mislukte. De Nederlanders, die de berging moesten uitvoeren saboteerden de boel namelijk, en trokken bewust het halve schip aan stukken. Hierdoor zonk alles naar de bodem. Voor de klokken zelf was dit niet zo’n probleem. Brons kan uitstekend tegen water en de klokken lagen veilig te wachten tot het einde van de oorlog. Het mooie is dat het gehele carillon van de St Catharijnekerk nu weer terughangt op haar plek. Op twee klokken na is alles teruggevonden in het water. De klokken zijn ruim drie jaar weggeweest. In 1947 hing alles weer op zijn plek. Zelfs de Butendiic, de zwaarste van het spul, hangt weer en wel volledig gerestaureerd op de plek waar hij eind 15e eeuw is opgehangen.

En hoe liep het eigenlijk af met Schipper Van Dijk, die weigerde de klokken te transporteren? Nou, dat kwam helemaal goed. Hij kreeg na de oorlog een uitkering van veertien gulden per week en kreeg een kleine drieduizend gulden als compensatie voor zijn verloren schip. En velen zagen hem als de held van het verhaal.

Maar wie is volgens jullie nu de echte held van het verhaal? Ik denk dat het Hans Onversaecht is geweest, die er voor heeft gezorgd, dat de sleeptouwen braken en het schip op een zandbank liep. De Duitsers mochten zijn mooie klokken niet omsmelten tot kanonnen. Zijn ze nou helemaal gek geworden? Dat je nu een Spanjaard ophangt, of goud rooft, of een beeld kapot maakt, dat is nog tot daar aan toe, maar sommige dingen plunder je niet! Van Gods klokken blijf je af!

Vanaf 1947 en zelfs tijdens de grote restauratie van 1951 tot 1960 van deze kerk, hoorde de Briellenaren nog regelmatig gerommel in de klokkentoren en op de vreemdste tijdstippen klokgeluid. Maar op 1 april 1972, 400 jaar na de inname van Den Briel, brak met een grote klap de grafsteen van Hans Onversaecht in 9 stukken. We denken dat Hans vanaf dat moment zijn rust heeft gevonden. De klokken luidden netjes op tijd, geen gerommel meer in de klokkentoren, maar soms, heel soms, horen we gestommel daarboven … zullen we gaan kijken?