Coppelstockstraat 23-25-27

Soort monument : Gemeentelijk monument
Provincie : Zuid-Holland
     
Plaats : Brielle
Postcode : 3231 VC
Straat : Coppelstockstraat
Oneven huisnummer : 23-25-27
     
Kad. Gemeente : Brielle
Sectie : B B
Nummer : 3659 3690
Monumentnummer :  
 
Omschrijving:
Algemene omschrijving
COMPLEX van DRIE WONINGEN, nu twee woningen en een bedrijfsruimte, gebouwd naar ontwerp van Joh. H. van Holten in opdracht van J. de Bruyn (schilder-aannemer) in 1933. Amsterdamse School.  
 
Bouwvergunningen: 24 februari 1933.  
 
Redengevende beschrijving
Het pand staat vrij in een rij van panden en is opgetrokken op rechthoekig grondplan in drie bouwlagen, waarvan twee in de kap. De gevels zijn opgebouwd met een hoge plint in mangaansteen en het opgaande werk in bruingele baksteen in halfsteens verband met diepliggende voegen. De gevelopeningen bezitten anderhalfsteens rollagen. De dakvlakken van het zadeldak loodrecht op de straat en de aansluitende hoge mansardekappen met de nok evenwijdig aan de straat zijn gedekt met rode VOH-pannen.
De voorgevel is symmetrisch van opzet met centraal een iets vooruitgeschoven topgevel en aan weerszijden een lage gevel onder een hoog opgaand dakvlak.
In de topgevel, waar de plint dubbelhoog is uitgevoerd, bevindt zich op de begane grond een brede gevelopening met een vierlicht met ongedeelde onderramen en boven een geprononceerd betonnen kalf een even breed bovenlicht met vier ongedeelde ramen. Op de verdieping bevindt zich een brede gevelopening met een drielicht met ongedeelde onderramen en boven een geprononceerd betonnen kalf een even breed bovenlicht met drie ongedeelde ramen met een glas-in-loodvulling. De middelste ramen zijn dubbel zo breed als de buitenste. In de top bevindt zich een smalle gevelopening met een glas-in-loodvulling. De houten gelijste bakgoot is om de hoek doorgezet op de topgevel. De gevel is beëindigd met een iets uitgemetselde metselgang, waar boven een wederom iets uitgemetselde koppenlaag en de kantpannen.
 
Het linkerdeel is onder een vanaf de zijkant van de topgevel naar links doorlopende luifel in de as van het geveldeel uitgebouwd met een rechthoekige erker. Op een voetmuur ter hoogte van de plint bevindt zich een driezijdig kozijn met ongedeelde ramen. Rechts naast de erker bevindt zich de entree van de middelste woning (nummer 25). De deuropening is gecombineerd met een kleine vensteropening met een ongedeeld raam aan de rechter zijde. In de deuropening bevindt zich een (gemoderniseerde) deur met vier smalle verticale glasstroken. Voor de deur is de stoep uitgevoerd in baksteen, aansluitend aan een gemetselde plantenbak rechts van de doorgang onder het raam. De gevel is vrijwel over de volle breedte door de gootlijn heen hoger opgetrokken. In dit geveldeel bevindt zich een geprononceerd betonnen kalf met er onder een brede en aan weerszijden een smalle vensteropening met een ongedeeld raam. Boven het kalf bevinden zich drie gelijkvormige, maar lagere bovenramen met een ongedeeld raam met een glas-in-loodvulling. Het gevelvlak is aan de bovenrand afgewerkt met geglazuurde keramische dekplaten.
Aan weerszijden van het hoger opgetrokken geveldeel loopt het dak dieper door tot de houten gelijste bakgoot.
Het rechter geveldeel is hieraan spiegelbeeldig van opzet, zij het dat de voordeur behoort tot de woning in het rechter deel (nummer 27). De deuropening is hier voorzien van de oorspronkelijke vlakke deur met een middenstrook van zeven gestapelde ruitjes tussen twee opgelegde lijsten.  
 
In de as van de linker zij(top)gevel is op de begane grond een enige centimeters terugliggend gevelvlak opgetrokken in mangaansteen. In dit vlak bevindt zich de entree tot de linker woning (nummer 23). In de deuropening bevindt zich een vlakke deur met een middenstrook van zeven gestapelde ruitjes tussen twee opgelegde lijsten. Aan weerszijden van het metselwerk in mangaansteen bevindt zich een vensteropening met onder het geprononceerde betonnen kalf een ongedeeld raam en er boven eveneens een ongedeeld raam. Op de verdieping bevindt zich een geprononceerd betonnen kalf met er onder twee brede en aan weerszijden een smalle vensteropening met een ongedeeld raam. Boven het kalf bevinden zich vier gelijkvormige, maar lagere bovenramen met een ongedeeld raam met een glas-in-loodvulling. In de top bevindt zich een smalle gevelopening met een ongedeeld raam. De houten gelijste bakgoot is om de hoek doorgezet op de topgevel. De gevel is beëindigd met een iets uitgemetselde metselgang, waar boven een wederom iets uitgemetselde koppenlaag en de kantpannen.
 
Van de achtergevel is het middelste gedeelte (nummer 25) deels in één en deels in twee bouwlagen met plat dak uitgebouwd. In de achtergevel van de lage uitbouw, die naar de linker zijde is afgeschuind, bevindt zich een vensteropening met een ongedeeld onderraam en twee ongedeelde bovenramen. Eenzelfde kozijn bevindt zich in de rechter zijgevel. Hiernaast bevindt zich een vensteropening met een kozijn met een ongedeeld onder- en bovenraam. In de achtergevel van het hoge gedeelte bevinden zich twee van elkaar door een kop brede muurdam gescheiden vensteropeningen met een ongedeeld onderraam en bovenraam met een glas-in-loodvulling. In het dakvlak staat een dakkapel met plat dat, met aan de voorzijde een drielicht met ongedeelde ramen.
 
De achtergevel van nummer 23 is voorzien op de begane grond van een uitbouw, waarvan het dak fungeert als balkon voor de verdieping. De betonnen balkonplaat rust op gemetselde steens brede kolommen, die ter hoogte van de plint rechts staan op een gemetselde plantenbak. Op de begane grond bevindt zich aan de linker zijde een deuropening met een (gemoderniseerde) vlakke deur en bovenlicht. Links van de deur ligt het gevelvlak terug met een brede gevelopening met een drielicht met ongedeelde onderramen en boven een geprononceerd betonnen kalf een even breed bovenlicht met drie ongedeelde ramen. De middelste ramen zijn dubbel zo breed als de buitenste.
Het balkon wordt begrensd door een lage voetmuur in bruingele baksteen tussen kolommen in mangaansteen en een rollaag in mangaansteen als afdekking. De gevel is vrijwel over de volle breedte door de gootlijn heen hoger opgetrokken. In dit geveldeel bevindt zich links een pui waarin een deuropening is gecombineerd met een halfhoge vensteropening met een ongedeeld raam aan de linker zijde. In de deuropening bevindt zich een (gemoderniseerde) deur met een glaspaneel. Rechts bevindt zich een pui met een groot raam en twee kleine ramen ernaast, voorzien van een glas-in-loodvulling. Aan weerszijden van het hoger opgetrokken geveldeel loopt het dak dieper door tot de balkonvloer.  
 
De achtergevel van nummer 27 is spiegelbeeldig van opzet aan die van nummer 23.  
In de rechter zij(top)gevel bevindt zich op de verdieping een geprononceerd betonnen kalf met er onder twee brede en aan weerszijden een smalle vensteropening met een ongedeeld raam. Boven het kalf bevinden zich vier gelijkvormige, maar lagere bovenramen met een ongedeeld raam met een glas-in-loodvulling. In de top bevindt zich een smalle gevelopening met een ongedeeld raam. De houten gelijste bakgoot is om de hoek doorgezet op de topgevel. De gevel is beëindigd met een iets uitgemetselde metselgang, waar boven een wederom iets uitgemetselde koppenlaag en de kantpannen.  
 
Intern resteren geen monumentale waarden.  
 
Het COMPLEX van DRIE WONINGEN is van monumentaal belang vanwege de architectonische opzet en detaillering van het exterieur, dat vrij gaaf bewaard is gebleven. Voorbeeld van woningbouw in de bouwtijd voor de middenklasse.
 

 Locatie

[ Terug ]