|
WOONHUIS, gebouwd tweede helft negentiende eeuw. Traditionalisme.
Verspreid over Voorne-Putten liggen dorpen en gehuchten, die merendeels gesticht zijn op de hogere delen in het gebied. Vaak grensden ze oorspronkelijk aan open water, maar door de inpoldering van buitendijkse gebieden kwamen ze op den duur verder van het water te liggen. Een kanaal vormde dan de verbinding met open zee, totdat dit (soms) verzandde.
Het historische dorpsgebied van Zwartewaal is ontstaan als een verdichting van het dijklint. In deze verdichting vestigden zich de dienstverlenende en maatschappelijke functies. De Dorpsstraat heeft een zeer karakteristieke opbouw van een dijk met aan weerszijden een weg. De dijk heeft een smal profiel, die uit een enkele rijbaan bestaat. De woningen zijn voorzien van een smalle (verharde) voorruimte die als gevolg van dijkverzwaring nu enkele tientallen centimeters lager ligt dan de openbare weg. De meeste woningen in dit lint bestaan uit één bouwlaag met een tweede bouwlaag onder de kap. De kap is overwegend uitgevoerd als dwarskap. Ten westen van de Dorpsstraat ligt, het tracé van de dijk volgend, de Achterweg. De percelen lopen merendeels door van de Dorpsstraat tot de Achterweg. Aan de Achterweg staan overwegend schuurtjes en bijgebouwtjes, behorend bij de bebouwing aan de Dorpsstraat. Hier tussen liggen enkele kleine woningen. Ten oosten van de Dorpsstraat ligt, eveneens het tracé van de dijk volgend, de Kade. Aan deze liggen ook achterkanten van de woningen aan de Dorpsstraat. De Kade grenst aan het water van de haven van Zwartewaal.
Op het punt waar de Dorpsstraat over gaat in het Noordeinde, verandert er niets in de opbouw van de weg. Op dit punt bestaat er een vrij zicht op de kerk en de groene zone daar omheen. Vanaf dit punt komen de wegen aan weerszijden van de dijk niet meer voor. De woningen worden wat meer divers en staan wat verder van de dijk af. Het lint opent zich als het ware richting het buitengebied. Ook bestaat hier meer afwisseling in kaprichting.
Redengevende beschrijving
De woning is opgetrokken op rechthoekig grondplan in twee bouwlagen, waarvan één in de kap. De voor(top)gevel is opgebouwd in baksteen en gepleisterd. Het pleisterwerk is voorzien van een verdeling met horizontale voegen. Hanekammen worden gesuggereerd door in pleister uitgevoerde ‘aanzetblokken’ en een ‘sluitsteen’. De entree tot de woning is aan de rechter zijde gesitueerd. In het kozijn bevindt zich een deur en een ongedeeld bovenlicht. Aan de linker zijde bevindt zich een vensteropening met in het kozijn een schuifvenster met een zesruits onderraam en een drieruits bovenraam. In de geveltop bevindt zich een identiek kleiner venster. Ankers markeren de ligging van de balklaag van de verdieping, de gordingen en de nok. Het aansluitende zadeldak is gedekt met rode OH-pannen. De beide zijgevels zijn blind uitgevoerd.
De achter(top)gevel is aan de linker zijde afgedekt door een uitbouw, die buiten de bescherming valt. In de achtergevel bevindt zich op de begane grond aan de rechter zijde een vensteropening met een kozijn met een schuifvenster met een ongedeelde onder- en bovenraam. Op de verdieping bevindt zich een vensteropening met vast glas onder en een ongedeeld raam boven. Ankers markeren de ligging van de balklaag van de verdieping, de gordingen en de nok. Intern is van monumentaal belang een kastenwand met bedsteden en een toonkast.
Het WOONHUIS is van monumentaal belang vanwege de bouwmassa en de architectonische opzet en detaillering van het ex- en het interieur. |