|
Algemene omschrijving
WOONHUIS (Acacia), gebouwd omstreeks 1915. Invloeden van Jugendstil.
De garage annex schuur dateert uit 1995 en de serre uit 1999. De woning vormt een karakteristiek onderdeel van de Plantage. De Plantage omvat voornamelijk individueel ontworpen, vooral vrijstaande woningen, doorgaand bestaande uit een hoofdbouwmassa van één of twee bouwlagen met kap en lagere al dan niet aan de hoofdbouwmassa vast verbonden bijgebouwen.
De woningen dateren merendeels uit de dertiger jaren van de twintigste eeuw. Karakteristiek zijn de wit geschilderde gestuukte gevels en de grote daken met rode pannen. De woningen hebben kenmerkende detailleringen als glas-in-lood, roedevensters, erkers, doorlopende dakvlakken etc. De wijk is ruim in het groen gesitueerd. De woningen worden aan de voorzijde vaak afgeschermd door grote groen hagen en coniferen.
Redengevende beschrijving
Het vrijstaande woonhuis is opgetrokken op rechthoekig grondplan ion drie bouwlagen, waarvan één in de kap. De gevels zijn uitgevoerd in baksteen en boven de plint gepleisterd. Een doorgaande rollaag ter hoogte van de verdiepingvloer en een boog rond een gevelopening in de voorgevel zijn uitgevoerd in zichtwerk baksteen. De dakvlakken van het zadeldak met de nok evenwijdig aan de straat en de aankappingen op de geveltoppen zijn gedekt met rode Tuiles-du-Nordpannen.
De voorgevel is aan de linker zijde hoger opgetrokken tot topgevel. De entree bevindt zich aan de rechter zijde. In de deuropening is een pui geplaatst met centraal een paneeldeur met twee panelen aan weerszijden van een over de volle hoogte van de deur doorlopende lijst en bovenaan tweemaal drie ruitjes met glas met een facetrand. Aan weerszijden van de deur bevinden zich een halfhoog raam en boven het kalf totaal vier ramen. De ramen zijn voorzien van een glas-in-loodvulling. Voor de deuropening ligt een stoep met twee treden in graniet.
Op de verdieping boven de entree bevindt zich een vensteropening met in het kozijn ongedeelde stolpramen. De linker zijde van de gevel is uitgebouwd met een driezijdige erker. Op de gepleisterde voetmuur staan twee hoekkolommen, die de doorgaande latei dragen. Aan de voorzijde is tussen de hoekkolommen een kozijn geplaatst met een ongedeeld onderraam en twee bovenramen met een glas-in-loodvulling. In de schuine zijgevels van de erker bevindt zich een kozijn met een ongedeeld onderraam en een bovenraam met een glas-in-loodvulling. De erker vormt de basis voor een balkon op de verdieping, dat wordt begrensd door een gemetselde balustrade van rechte hoekkolommetjes, waar tussen overhoekse zuiltjes van een baksteenkop, die een gemetselde deklijst dragen. Achter het balkon is de gevel onder een hoefijzerboog geopend. Aan het inpandige gedeelte van het balkon grenst een pui met dubbele deuren met een glaspaneel en twee ongedeelde bovenramen. In de geveltop bevindt zich een kleine driehoekige vensteropening met een ongedeeld raam. Het venstertje is omkaderd met een koppenrollaag, die ‘hangt’ aan een zaagtand vanuit de nok.
Onder het venstertje is een plaquette met de naam van het woonhuis aangebracht. Het rechte deel van de gevel wordt beëindigd met de rechte bakgoot op klossen. De rand van de geveltop is beëindigd met een gestapelde rand bestaande uit een zaagtand met daar boven een steens rollaag en de gevelpan.
Het linker gedeelte van de linker zijgevel is op de begane grond afgedekt door een éénlaags serre-uitbouw. Op de begane grond bevindt zich rechts een vensteropening met een kozijn met een ongedeeld raam en op de verdieping twee gelijkvormige vensters. De gevel wordt beëindigd met het betimmerde gootoverstek op klossen.
De serre bestaat uit een lage voetmuur, waarop aan drie zijden gekoppelde vijflichten met een ongedeeld onderraam en een bovenraam met glas-in-loodvulling. De serre is afgedekt met een plat dak, waarvan het dakoverstek op klossen uitkraagt. Het boeiboord is aan de onderrand uitgezaagd. De achtergevel is aan de rechter zijde hoger opgetrokken tot topgevel. De linker zijde is op de begane grond uitgebouwd in één bouwlaag. In de uitbouw bevindt zich een gekoppelde deur- en vensteropening met een vlakke deur met een glaspaneel en links hiervan een ongedeeld raam. Rechts van de uitbouw is de achtergevel geopend voor een brede pui met centraal dubbele deuren met een glaspaneel en aan weerszijden hiervan een halfhoog ongedeeld raam en boven het kalf vier ramen met een glas-in-loodvulling.
Op de verdieping boven deze pui bevindt zich een vensteropening met een tweelicht met ongedeelde ramen. Aan de linker zijde op de verdieping bevindt zich een deuropening met een vlakke deur met een glaspaneel. Het rechte deel van de gevel wordt beëindigd met de rechte bakgoot op klossen. De rand van de geveltop is beëindigd met een gestapelde rand bestaande uit een zaagtand met daar boven een steens rollaag en de gevelpan. Het rechter deel van de rechter zijgevel is enigszins vooruitgeschoven. Hierop bevindt zich op de begane grond een vensteropening met een tweelicht met ongedeelde onderramen en bovenramen met een glas-in-loodvulling. Hier boven op de verdieping bevindt zich een tweelicht met ongedeelde ramen. In het linker gedeelte bevinden zich twee smalle en een rechthoekige vensteropening met in het kozijn een ongedeeld raam en op de verdieping een tweelicht met ongedeelde ramen. De gevel wordt beëindigd met de rechte bakgoot op klossen. In het dakvlak staan twee dakkapellen met plat dat, met aan de voorzijde een kozijn met ongedeelde stolpramen.
In de tuin staat een garage/tuinhuis in één bouwlaag met steil zadeldak gedekt met rode Tuiles-du-Nordpannen. De gevels zijn boven de plint gepleisterd. In de voorgevel bevindt zich een brede segmentboog-doorgang, gesloten met een (gemoderniseerde) roldeur. De top is afgewerkt met een beschieting van horizontaal verwerkte delen, waarin in de top een klein driehoekig venster is opgenomen. De top wordt beëindigd met de kantpannen op het boeiboord. In de linker zijgevel bevindt zich een gekoppelde deur- en vensteropening met in het kozijn een (gemoderniseerde) deur met een vierruits glaspaneel en in het venster vierruits stolpramen. De achter(top)gevel en de rechter zijgevel zijn blind uitgevoerd.
Intern verkeert het pand nog redelijk in oorspronkelijke staat. Van monumentale waarde zijn de hal- en gangvloer in terrazzo met een licht veld en een donkere kantstrook, de trapopgang met de houten trap en de bewerkte trappaal en vrije leuning, de tochtpui met een paneeldeur met geëtst glas en de schuifdeuren tussen de voor en achterkamer.
Het WOONHUIS is van monumentaal belang vanwege de bouwmassa en de architectonische opzet en detaillering van het ex- zowel als het interieur. Mede van belang als voorbeeld van woningbouw voor de hogere klasse. |