|
WOONHUIS, gebouwd omstreeks 1850. Traditionalisme.
Archivalische gegevens (naar mededeling A.A. van der Houwen) - op de locatie is een huis vermeld in 1733. Het wordt verhuurd aan arbeiders, militairen en weduwen. In 1832 eigendom van Johannes van der Minne (burgemeester) [kado B-567]. In 1852 is er sprake van een gedeeltelijke afbraak [kado B-1153]. Van 1860 tot 1919 is het pand in bezit bij de familie Van der Reijden (timmerman). In 1919 wordt het pand gekocht door de schoemnaker Gerrit Troost, die het direct door verkoopt aan Nelis Barendrecht, een werkman. Van 1936 tot 1953 woont Jacob Betist, de brugwachter, op dit adres. In laatstgenoemd jaar verkoopt Betist het huis aan de gemeente Brielle.
In 1923 wordt er een nieuwe kap op het pand gelegd. Het is niet bekend hoe de oude kap er uit heeft gezien. Tot 1935 is aan de zijgevel slechts één raam, in dat jaar wordt de zijgevel vernieuwd en komen er twee ramen in. Later, in ieder geval voor 1961, wordt er nog een derde raam (verder naar achteren) aangebracht. In 1938 wordt het raamkozijn aan de achterzijde (boven) vergroot.
Redengevende beschrijving
(de beschrijving betreft slechts het exterieur)
Het woonhuis bezit een rechthoekig grondplan in twee bouwlagen waarvan één in de kap. Het pand is gesitueerd op een straathoek op een vrijwel rechthoekig perceel.
De gevels zijn opgetrokken in baksteen en gepleisterd. De voorgevel is voorzien van een blokverdeling. Ankers markeren in de gevels de ligging van de verdiepingbalklaag, en de gordingen. De mansardekap is gedekt met rode OH-pannen.
In de voorgevel bevindt zich aan de rechter zijde de entree. In de deuropening bevindt zich een pui met een paneeldeur met een gesloten onderpaneel en een raam er boven. Voor het glas bevindt zich een smeedijzeren hekwerk. De deur wordt bekroond met een opgelegd fronton. Het bovenlicht is ongedeeld. Links van de entree bevindt zich een vensteropening met een kozijn met een schuifraam met ongedeeld onder- en bovenraam. In de as van de gevel bevindt zich op de verdieping een vensteropening met een kozijn met een schuifraam met ongedeeld onderraam en een tweeruits bovenraam. De afgeknotte topgevel wordt bekroond met een houten geprononceerd hoofdgestel.
Het gevelvlak van de linker zijgevel wordt beëindigd met de gelijste houten bakgoot op bewerkte gootklossen. In de gevel bevindt zich aan de rechter zijde een vensteropening met een kozijn met een schuifraam met ongedeeld onder- en bovenraam. Aan de linker zijde staat tegen de gevel een lage aanbouw, gedekt met een half schilddak.
De achtergevel wordt beëindigd met het van een gelijst boeiboord voorziene dakoverstek van de mansardekap. In de nok staat een eenvoudige makelaar. In de gevel bevindt zich een deuropening met een kozijn met een paneeldeur met een dicht onderpaneel en een ruit achter een smeedijzeren hekwerk. Het bovenlicht is ongedeeld. Rechts hiervan bevindt zich een vensteropening met een Quasi-kruiskozijn met ongedeelde onderramen en vierruits bovenramen. Op de verdieping bevindt zich een vensteropening met een kozijn met een T-schuifvenster.
Het gevelvlak van de rechter zijgevel wordt beëindigd met de gelijste houten bakgoot op bewerkte gootklossen. In de gevel bevinden zich drie vensteropeningen met een kozijn met een schuifraam met ongedeeld onder- en bovenraam.
Het WOONHUIS is van monumentaal belang vanwege de bouwmassa en de architectonische opzet en detaillering van het exterieur. Mede van belang vanwege de situering op een samenkomen van twee straten. |