|
WOONHUIS, gebouwd omstreeks 1925. Nieuwe Bouwen.
De woning vormt een karakteristiek onderdeel van de Plantage. De Plantage omvat voornamelijk individueel ontworpen, vooral vrijstaande woningen, doorgaand bestaande uit een hoofdbouwmassa van één of twee bouwlagen met kap en lagere al dan niet aan de hoofdbouwmassa vast verbonden bijgebouwen. De woningen dateren merendeels uit de dertiger jaren van de twintigste eeuw. Karakteristiek zijn de wit geschilderde gestuukte gevels en de grote daken met rode pannen. De woningen hebben kenmerkende detailleringen als glas-in-lood, roedevensters, erkers, doorlopende dakvlakken etc. De wijk is ruim in het groen gesitueerd. De woningen worden aan de voorzijde vaak afgeschermd door grote groen hagen en coniferen.
Redengevende beschrijving
Het vrijstaande woonhuis is opgetrokken op nagenoeg rechthoekig grondplan in drie bouwlagen, waarvan twee in de kap. De gevels zijn uitgevoerd in bruingele baksteen boven een plint in licht roodbruine baksteen, beide in Vlaams verband. De dakvlakken van het steile zadeldak op L-vormig grondvlak zijn gedekt met gemêleerd rode en gesmoorde romaanse pannen.
De voorgevel bestaat links uit een a-symmetrische topgevel, waarvan de linker zijde dieper doorloopt en rechts een lage gevel onder een diep doorlopend dakschild. In het rechter gedeelte bevindt zich de entree, met in de deuropening een kozijn met een deur met opgelegd lijstwerk aan weerszijden van een strook met onder een gesloten paneel en boven een tweeruits raam met glas-in-loodvulling. In het dakvlak boven de entree staat een dakkapel met plat dak, met aan de voorzijde een kozijn met een tweeruits raam met een horizontale roedeverdeling. Het linker geveldeel is op de begane grond uitgebouwd met een rechte erker, die de basis vormt voor een balkon op de verdieping. In het metselwerk van de erker is aan de linker zijde een vensteropening gespaard, die doorloopt over de linker zijgevel van de erker. In de opening is een drielicht met ongedeelde ramen geplaatst, waarvan het linker deel haaks op de overige staat.
Het balkon op de verdieping wordt begrensd door een houten balkonhek, bestaande uit zware stijlen, waarop drie houten delen horizontaal zijn aangebracht. Het middelste deel is in het hart van het veld tussen de stijlen onderbroken en middels een opgelegd lijstje gekoppeld aan het deel eronder en erboven. Het hek is voorzien van een op zijn plat verwerkt houten deel als leuning. Aan het balkon grenst een brede deuropening met dubbele deuren met een ongedeeld glaspaneel. In de top bevindt zich een smalle vensteropening met een ongedeeld raam. De dakrand, die loopt aan de linker zijde vanaf het om de hoek van de linker zijgevel omgezette betimmerde gootoverstek tot aan de aan de rechter zijde hoger als schoorsteen opgetrokken hoek, is afgewerkt met kantpannen.
In de linker zijgevel ligt het betimmerde gootoverstek aan de linker zijde lager dan rechts. Het linker geveldeel is op de begane grond uitgebouwd met een rechte erker. In het metselwerk van de erker is aan de rechter zijde een vensteropening gespaard, die doorloopt over de rechter zijgevel van de erker. In de opening is een vijflicht met ongedeelde ramen geplaatst, waarvan het meest rechter deel haaks op de overige staat. In het rechter geveldeel bevindt zich een vensteropening met een kozijn met een ongedeeld raam. In het dakvlak staan twee dakkapellen met plat dak, met aan de voorzijde een tweelicht met tweeruits ramen met een horizontale roedeverdeling.
De achtergevel bestaat uit een a-symmetrische topgevel, waarvan de rechter zijde dieper doorloopt en links overgaat in een hoog geveldeel afgesloten met een recht boeiboord. Op de begane grond bevindt zich links een deuropening met een deur met een ongedeeld glaspaneel en rechts een brede deuropening met dubbele deuren met een ongedeeld glaspaneel. Tegen de gevel staat een in beton uitgevoerd balkon, bestaande uit een vloerplaat, opgelegd in de gevel en op drie kolommen. Het balkon wordt begrensd door een houten balkonhek, bestaande uit zware stijlen, waarop drie houten delen horizontaal zijn aangebracht.
Het middelste deel is in het hart van het veld tussen de stijlen onderbroken en middels een opgelegd lijstje gekoppeld aan het deel eronder en erboven. Het hek is voorzien van een op zijn plat verwerkt houten deel als leuning. Aan het balkon grenst links een vensteropening met een kozijn met een ongedeeld raam en rechts een brede deuropening met dubbele deuren met een ongedeeld glaspaneel. In de top bevindt zich een smalle vensteropening met een ongedeeld raam. De dakrand, die loopt aan de rechter zijde vanaf het om de hoek van de linker zijgevel omgezette betimmerde gootoverstek tot aan de aan de linker zijde hoger als schoorsteen opgetrokken hoek, is afgewerkt met kantpannen.
De rechter zijgevel bestaat uit een a-symmetrische topgevel, waarvan de linker zijde dieper doorloopt en rechts overgaat in een hoog geveldeel afgesloten met een recht boeiboord. Op de begane grond bevindt zich links een vensteropening met een kozijn met een raam met glas-in-loodvulling. In de as van de gevel bevindt zich op de begane grond een klein hoog geplaatst tweelicht met ongedeelde ramen en rechts een groter tweelicht met ongedeelde ramen. Geheel rechts bevindt zich in een aan de gevel aansluitende tuinmuur een deuropening met een vlakke deur. Op de verdieping bevindt zich in de as een vensteropening met een tweelicht met ramen met een glas-in-loodvulling. In de top bevindt zich een smalle vensteropening met een ongedeeld raam. De dakrand, die loopt aan de rechter zijde vanaf het om de hoek van de linker zijgevel omgezette betimmerde gootoverstek tot aan de aan de linker zijde hoger als schoorsteen opgetrokken hoek, is afgewerkt met kantpannen.
Aansluitend aan de hoek rechtsachter van het pand staat een éénlaags garage/tuinhuisje met plat dak. In de naar de tuin gerichte zijde bevinden zich een deuropening met veen vlakke deur en een smal tweelicht met ongedeelde ramen. De tuin wordt van de openbare weg gescheiden door een lage gemetselde voetmuur, met tussen breder uitgemetselde hekpalen twee ijzeren buisprofielen.
Intern resteren ondanks modernisering nog diverse monumentale onderdelen, te weten: de trapopgang met de houten trap en de vije leuning op een betimmerde houten borstwering; de terrazzovloer in de traphal en badkamer; schuifdeuren met een glas-in-loodvulling in geometrische patronen met gekleurd glas en een roodmarmeren schouwmantel.
Het WOONHUIS is van monumentaal belang vanwege de bouwmassa en de architectonische opzet en detaillering van het ex- zowel als het interieur. Mede van belang als voorbeeld van woningbouw voor de middenklasse. |